Artikelen zoeken

Wet

De onderzoeksgroepen

Vier risicoprofielen: wat betekent dit voor de praktijk?

28 december 2017 | Lisette Janssen-de Ruijter

Het artikel ‘Many, more, most: Four risk profiles in residential care with major psychiatric problems’ is gepubliceerd in het tijdschrift Child and Adolescent Psychiatry and Mental Health (CAPMH).

In dit artikel is onderzocht of er verschillende subgroepen zijn binnen de hele populatie mannelijke cliënten opgenomen bij de Catamaran, kliniek voor forensische jeugdpsychiatrie en orthopsychiatrie. Hierbij is gekeken naar subgroepen op basis van samen voorkomende risicofactoren in vier verschillende domeinen, omdat de cumulatieve risicohypothese stelt dat iemand die aan meerdere risicofactoren in verschillende domeinen wordt blootgesteld een grotere kans heeft om ongewenst gedrag te ontwikkelen, zoals (nieuw) delictgedrag.

De resultaten

Er zijn vier verschillende subgroepen gevonden.

  1. Profiel 1: Veel risicofactoren in het individuele, familie- en schooldomein
  2. Profiel 2: Veel risicofactoren in alle domeinen;
  3. Profiel 3: Voornamelijk risicofactoren in het vriendendomein;
  4. Profiel 4: Voornamelijk risicofactoren in het familiedomein.

Meer informatie over de vier subgroepen.

Betekenis voor de praktijk

De vier risicoprofielen kunnen in de praktijk gebruikt worden als ze vertaald worden naar de drie principes van het Risk-Need-Responsivity (RNR)-model van Andrews en Bonta (2010).

In dit model worden drie principes onderscheiden waaraan interventies moeten voldoen om effectief te zijn. Volgens het risicoprincipe moet de intensiteit van een interventie afgestemd zijn op het recidiverisico van jongeren, wat betekent dat jongeren in profielen 1 en 2 met een hoger risicoprofiel intensievere behandeling moeten krijgen dan jongeren in profielen 3 en 4.

Volgens het behoefteprincipe moeten interventies gericht zijn op criminogene behoeften, oftewel veranderbare risicofactoren die direct samenhangen met recidive. Voor de gevonden risicoprofielen betekent dit bijvoorbeeld dat interventies voor jongeren in profielen 2 en 4, die veel risicofactoren in het familiedomein hebben, gericht moeten zijn op het versterken van het systeem.

Tot slot geeft het responsiviteitsprincipe aan dat een interventie moet passen bij de motivatie, leerstijl en intellectuele mogelijkheden van de jongeren. Hiervoor zijn in deze studie de informatie over het cognitief functioneren en de schoolprestaties uit het verleden gebruikt. Door de vier risicoprofielen op deze manier in behandeling te gebruiken, zou dit uiteindelijk kunnen leiden tot een afname van het recidiverisico.

lisette.jpg

Wil je meer weten over dit project neem dan contact op met Lisette Janssen-de Ruijter. Op de hoogte blijven van GGzEi? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.