NULL GX gericht op opschaling van ehealth en andere innovaties binnen de ggz

Artikelen zoeken

GGzE en GX een win-win-situatie

27 november 2018 | Marion del Prado, Kees Spitters

Samenwerkingsverband Gx is in enkele jaren tijd gegroeid van drie naar tien organisaties. De groei in het aantal actieve gebruikers is fors. Wat maakt de Gx succesvol en wat zijn de volgende te zetten stappen? Een interview met Ernst Klunder, Lian de Bruijn en Kees Spitters.

Voor gehele artikel:  Jubileuminterview GX : Ernst Klunder, Lian de Bruijn en Kees Spitters over ehealth. 

Textuele Inhoud van het artikel

Een samenwerking gericht op opschaling van ehealth en andere innovatie binnen de ggz. Dat was het doel waarmee Novadic Kentron, Dimence Groep en GGZ Noord-Holland Noord de G3-samenwerking in 2013 besloten op te starten. Inmiddels zijn er tien instellingen aangesloten en is de naam veranderd naar Gx. Bijna 80.000 cliënten hebben nu een ehealth-account en zo’n 3.000 behandelaren gebruiken het platform actief. In 2017 groeide het aantal actieve cliënten met bijna 60 procent.

Samen kom je verder

Samen kom je verder, aldus Ernst Klunder van Dimence Groep, een van de founding fathers van het samenwerkingsverband. “We hebben geconstateerd: als je dingen beter voor elkaar krijgt door samen te werken, waarom zou je dan zelf het wiel gaan uitvinden?” Investeren in technologie, het werk daadwerkelijk doen; dat kost tijd, geld en energie. “Samen delen is efficiënter en leuker dan iets alleen doen. Dus als founding fathers hebben we elkaar daarin gevonden. We zagen dat we geen concurrenten waren en ook inhoudelijk genoeg te delen hadden.”

"80.000 cliënten binnen de Gx hebben nu een ehealthaccount "

Voor Lian de Bruijn van GGZ Delfland was die inhoud een van de redenen om aan te sluiten. “Het was voor ons aantrekkelijk om samen content te gaan maken. Dat was immers in het begin ook één van de hoofddoelen van de Gx.” Iedere partij kan voorstellen wat zij willen ontwikkelen, legt De Bruijn uit. “Vervolgens worden de onderwerpen over de instellingen verdeeld en wordt er een hoofdauteur aangesteld die ook meelezers krijgt. Samen met Minddistrict wordt deze content vervolgens gecreëerd.” De modules en dagboeken zijn vervolgens voor iedereen bruikbaar. “Dat gaf ons de motivatie om aan te sluiten.”

 

Ontmoetingsplaats

Minddistrict speelde een grote rol in de uitbreiding van de samenwerking. “Meer klanten zorgt voor hen natuurlijk ook voor meer volume en massa.” Dat is logisch, vindt Klunder. “We hadden een positieve vibe om ons heen toen we begonnen. Dus toen andere partijen zich begonnen te melden met interesse, zeiden we: ben je in staat om te laten zien wat je kan? Als je iets hebt ontwikkeld wat anderen niet hebben, dan krijg je een zwaan-kleef-aan-effect.” En zo sloten ook andere partijen zich aan. “Iedereen heeft op zijn of haar manier geworsteld met de implementatie van ehealth, het was taaie kost. De Gx is ook een ontmoetingsplaats, het helpt om andermans verhalen te horen.” Wie zich vastlegt bij de Gx draagt bij aan de inhoudelijke ontwikkeling van de modules, het is niet vrijblijvend. “Je moet er capaciteit in stoppen. Dat is ook de kracht van de Gx.”

Daarom besloot ook GGZ Eindhoven aan te sluiten, vertelt Kees Spitters, manager Groei & Strategie bij GGZ Eindhoven. “Het is een win-win-situatie om met al die projectleiders bij elkaar te komen en kennis uit te wisselen. Op de dagen dat we elkaar zien, zo’n drie á vier keer per jaar, hebben we een themamiddag en een projectgroep. Daar zie je altijd dat er ook tussendoor al veel kennisuitwisseling is geweest. Bij die uitwisseling zijn niet alleen de partijen betrokken, maar ook mensen uit de dagelijkse praktijk, projectleiders en stuurgroepleden. Dat bracht een gewenste verandering. We weten elkaar te vinden en dat is een mooie opbrengst van deze samenwerking.”

digitaal telefoon.PNG

 

 

'Het is een win-win-situatie om met alle betrokken bij elkaar te komen en kennis uit te wisselen.'

Het samenwerkingsverband heeft zich ontwikkeld tot een grote speler op de markt, aldus Klunder. “We zijn op een breed terrein modules en interventies gaan ontwikkelen en hebben zo het landschap veranderd.” Over het volume is hij kritisch. “Het gaat niet hard genoeg, maar we leveren wel een flinke bijdrage aan de implementatie van ehealth in de ggz.” De volgende stap is het nadenken over hoe de Gx zichzelf naar een volgend niveau kan brengen. “We moeten gaan nadenken over modules, meer content ontwikkelen, de persoonlijke routes verder professionaliseren. Het moet van confectie naar maatwerk gaan, waarbij de technologie moet aansluiten bij de behoefte van de mensen.” De groei zit bij Dimence Groep vooral in de basis-ggz bij Mindfit. Daar krijgt iedereen bijvoorbeeld de welkomstmodule aangeboden. “Binnen de specialistische zorg zijn we daar nog mee bezig.”

Onder de aandacht brengen

Het aantal actieve cliënten groeit flink. Dat schrijft De Bruijn toe aan het blijven motiveren en stimuleren van het gebruik van ehealth: trainingen geven aan behandelaren en het onder de aandacht blijven brengen. “We zagen dat er onder de behandelaren veel verloop was, dus besloten we ze beter te gaan scholen.” Elk team heeft daarnaast een aandachtsfunctionaris. Die is het boegbeelden van ehealth en bewaakt ook de doelen. “Zo is er constant aandacht voor in de behandelgroep om ervoor te zorgen dat mensen het niet vergeten.” Er zijn ook netwerkbijeenkomsten voor deze aandachtsfunctionarissen. Inmiddels krijgen alle cliënten die bij GGZ Delfland komen een account voor het platform en in de intakebrief staat wat ze daarmee kunnen doen. “Daar zitten al wat zelfhulpmodules bij. Dat zorgt ervoor dat ze er al een start mee maken.”

"In 2017 groeide het aantal actieve cliënten met bijna 60 procent"

Ook in de klinieken kan ehealth nog een flinke boost krijgen, denkt De Bruijn. “Dat is lastiger want ehealth is vooral opgezet voor een ambulante setting. Maar het blijkt toch wel te werken als zij er al mee beginnen.” Zo werken cliënten en behandelaren op de detox-afdelingen al samen aan een signaleringsplan. “Zo leren ze dan al wat het programma doet en krijgen ze online feedback. Dan wordt het een gewoonte om ermee te werken.” De aansluiting van kliniek naar ambulante zorg moet nog wat beter, aldus De Bruijn. “Als je in een kliniek al wat werk hebt gedaan online en dat wordt niet voortgezet in de ambulante zorg, dan is dat zonde. Het vergroten van de eigen regie van cliënten is een belangrijk speerpunt en ehealth is dan een goed hulpmiddel. “Je kan het inzetten wanneer je wil, je hebt inzicht in de modules die je gevolgd hebt, kan de tips van je behandelaar teruglezen als je daar behoefte aan hebt. De gebruiksvriendelijkheid van Minddistrict is in dit geval echt een plus.”

Digitaal vaardig

Het werken via de digitale snelweg is anders dan het fysieke werk, dat ziet ook Klunder. “Behandelaren vinden het daarom ook wel spannend. Een tekst typen is iets anders dan een interventie uitspreken. Dat betekent automatisch ook anders kijken naar communicatie.” Daarnaast is niet ieder mens digitaal vaardig. “Je moet iedereen in staat stellen om er op een fatsoenlijke manier mee te kunnen werken en dus zorgen dat ze de juiste tools hebben. Daar zijn we dan ook druk mee bezig. En hoe vaker ze het doen, hoe leuker ze het vinden.” Ook de voordelen voor de gebruikers zijn heel helder, aldus Klunder. “Het behandeltraject is minder lang en succesvoller. De cliënt is meer betrokken en is de dossierhouder. Je ziet die overtuiging ook terug. De regie ligt waar die moet liggen. De behandelaar krijgt een nieuwere rol, meer als coach en adviseur.”

'Niet ieder mens is digitaal vaardig. Je moet ervoor zorgen dat mensen de juiste tools hebben.'

Ook De Bruijn ziet dat er een grote groep behandelaren is die er de lol van inziet. “Zij zijn van alle leeftijden. Je moet de mogelijkheden willen zien en de tijd ervoor hebben. Daar proberen we nu wat meer bij te helpen. De catalogus is groot, dus we adviseren om één of twee modules te bekijken, daarna ga je automatisch meer modules gebruiken.”

Doelen en stuurgroepen

Elk jaar wordt er door de Gx een jaarplan gemaakt met concrete doelen. Alle partijen komen vier keer per jaar bij elkaar om de belangrijkste agendapunten te bespreken. Die dag wordt gecombineerd met de samenkomst van de stuurgroepen, die elk een projectleider hebben. De Bruijn vindt het fijn om op die dagen met anderen te bespreken waar je tegenaan loopt bij de implementatie van ehealth. “Je komt er op die manier ook achter wat wel werkt en wat niet, en hebt tegelijkertijd veel steun aan elkaar. Er worden ook duidelijk vraagtekens gezet bij dingen die niet goed lopen of als er onduidelijkheid is.”

De lat ligt hoog, aldus Klunder, dus soms val je wel eens en sta je samen ook weer op. “Je moet ook kritisch zijn. Als een van de starters van de samenwerking hebben we op verschillende niveaus een grote verantwoordelijkheid. We zijn nu met tien organisaties en bereiken een behoorlijke massa. We moeten de huidige ontwikkelingen dus doorzetten.”

Elk jaar wordt er door de Gx een jaarplan gemaakt met concrete doelen. Alle partijen komen vier keer per jaar bij elkaar om de belangrijkste agendapunten te bespreken. Die dag wordt gecombineerd met de samenkomst van de stuurgroepen, die elk een projectleider hebben. De Bruijn vindt het fijn om op die dagen met anderen te bespreken waar je tegenaan loopt bij de implementatie van ehealth. “Je komt er op die manier ook achter wat wel werkt en wat niet, en hebt tegelijkertijd veel steun aan elkaar. Er worden ook duidelijk vraagtekens gezet bij dingen die niet goed lopen of als er onduidelijkheid is.”

De lat ligt hoog, aldus Klunder, dus soms val je wel eens en sta je samen ook weer op. “Je moet ook kritisch zijn. Als een van de starters van de samenwerking hebben we op verschillende niveaus een grote verantwoordelijkheid. We zijn nu met tien organisaties en bereiken een behoorlijke massa. We moeten de huidige ontwikkelingen dus doorzetten.”

'De beschikbaarheid van ehealth kan al meer vormgegeven worden bij de voordeur'

De interesse voor een digitale voordeur of zelfs een digitale poli wordt door alle partijen gedeeld. Het is volgens De Bruijn belangrijk voor alle instellingen. “De ene instelling is hier al verder mee dan de anderen. Ook hierin kunnen we veel van elkaar leren en samen optrekken." De Bruijn wil zich daarnaast nog meer richten op de online aanmeldingen. “We kunnen cliënten die op de wachtlijst staan al meer betrekken door alvast een welkomstmodule aan te bieden. Op dit moment wijzen we ze op het bestaan daarvan en moeten ze zelf aan de slag. In de toekomst willen we ze wat meer richting geven. De module voor ze klaarzetten voordat de intake heeft plaatsgevonden. Die pilots zijn we aan het opzetten. Een module als ‘Breng je probleem in kaart’ kan al veel inzichten geven aan de cliënt.”

Ook Spitters denkt dat de beschikbaarheid van ehealth al meer kan worden vormgegeven bij de voordeur. “Daar zouden we gezamenlijk nog wat stappen in kunnen maken. Niet een gezamenlijke voordeur, maar wel dezelfde programma’s aanbieden. Daarom zijn die gezamenlijke routes ook belangrijk. De cliënt ziet dan hoe de behandeling zal verlopen, hoe we te werk gaan. Dat zorgt voor herkenbaarheid. En het bespaart ook nog eens tijd.”

Nog genoeg stappen te zetten

Klunder wil graag kijken of de openheid naar de maatschappelijke omgeving kan worden verbeterd. “Ik wil zien of we de personalisering verder kunnen ontwikkelen, zowel de persoonlijke route als de gezondheidsomgeving.” Hij denkt aan een open infrastructuur waarbij mensen die route kunnen gebruiken als onderdeel van hun dagelijkse leven, in welke fase dan ook. “We moeten blijven kijken naar dingen als gemak en toepasbaarheid. De implementatie binnen organisaties is daarnaast nog niet af. Er zijn nog genoeg stappen te zetten.”

marion del prado.jpg

Wil je meer weten over dit project neem dan contact op met Marion del Prado. Op de hoogte blijven van GGzEi? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.